Doodgaan
De dood is geen vrolijk onderwerp om over te schrijven. Bij dood denk ik aan zwart, koud, onbewogen, zielloos, zwaar, dor, droef, verlaten, stil, eenzaam, verdriet. Ik ben niet vaak met de dood in aanraking geweest. Niet van heel dichtbij. Mijn oma was misschien het dichtste bij, maar die werd wel 100. Dan kan je het al bijna niet meer erg vinden dat iemand gaat. Alleen de manier waarop nog, die uiteindelijk ook best vredig was, maar ze moest met haar heldere geest wel zelf de beslissing nemen niet meer voor haar longontsteking behandeld te willen worden. De enige andere uitweg uit die situatie was doodgaan.Mijn oma werd oud, mijn andere oma overigens ook (91) en mijn opa’s haalden ook respectabele leeftijden (83, en 95). Ik ben een paar tantes verloren die nog niet oud genoeg waren, maar al wel al ruim in de 70. Ik was vooral verdrietig om het verdriet van mijn moeder.
Het greep me wel aan dat een nichtje van mij (of nicht, bijna 15 jaar ouder dan ik was ze) op haar 30e overleed aan een hersentumor. Dat voelde wel oneerlijk. Net zoals bij die collega die ook pas 30 was. Hij bleek een zeldzame vorm van kanker te hebben. Gevochten als een leeuw, maar hij verloor. Een moeder van mijn leeftijd uit mijn dansles, ook kanker. Zomaar weg.
Het is soms moeilijk als je langs de zijlijn staat. Je wilt er zijn voor diegene die sterft of voor diegene van wie een dierbare op sterven ligt. Maar wat moet je doen? Wat moet je zeggen?
Je hebt mensen die pannen soep gaan koken. Omdat eten geven heel verzorgend is. En je hoeft er geen woorden bij te gebruiken. Je hebt ook mensen die met eigen verhalen aankomen, omdat ze willen laten weten dat ze denken jouw gevoel te snappen. Het is een manier van meeleven, maar het is een onhandige manier. Ik krijg vaak de indruk dat degene die met de dood op schoot leeft er zelf niet zoveel aan heeft. Ergens kan ik me ook wel voorstellen dat je aan woorden niet zoveel hebt. Niet aan woorden alleen. Alleen als ze daadwerkelijk betekenis hebben.
Eigenlijk kan het gewoon niet anders dan dat je je machteloos voelt. Aan de zijlijn. De dierbare die gaat sterven, of de dierbare van wie een dierbare gaat sterven, of de collega of vage kennis van wie een dierbare gaat sterven, je kan er niet bij. Maar je wil en je moet er toch zijn. Want keer je jezelf uit onwetendheid of onhandigheid af, dan wordt dat wel degelijk gevoeld. Je moet er zijn. Maar jezelf niet opdringen. Misschien is meevoelen zonder veel woorden eraan vuil te maken wel het beste. Het kan ook zijn dat het voor iedereen weer anders is.
Ik ben dus wel iemand van veel woorden, maar weet ook dat ik daar misschien wel eens de plank mee mis sla. Ik probeer dingen in woorden te vatten, te begrijpen, uit te leggen. Maar soms kan dat gewoon niet. Het valt niet uit te leggen waarom mensen te jong moeten sterven. En ook al zijn ze wel “oud”, dan nog valt het niet uit te leggen wat verlies met je doet. Ook al kan ik er zelf niet eens echt over meepraten. Maar dit is wat ik denk. Of voel.
De dood is toch een beetje een taboe en liever hebben we het er niet over. Daarom gaan veel mensen er ook wat stuntelig en onhandig mee om. Maar misschien is dat ook helemaal niet erg en moet je het ze vergeven als ze niet de juiste woorden weten te vinden. Want net als bij een bruiloft moet je geen perfectie nastreven. En geboortes zijn ook alles behalve vlekkeloos en vrijwel nooit volgens het boekje. Zo is het ook met doodgaan. Het gaat gewoon. Je zou bijna zeggen C’est la vie.